Matthijs van Amsterdam (1978)

Het gevoel om voor een onbeschilderd doek te staan is onbeschrijfelijk. Alles kan en mag. Ik denk na over de kleur, de plamuurmessen, de paletmessen en de optie om een medium te gebruiken. Dit is een euforisch moment, dit moment duurt een minuut of 10. In deze 10 minuten worden de keuzes gemaakt. Keuzes die je de rest van het proces achtervolgen. Dit proces duurt soms een maand. Een maand waarbij gezocht wordt naar de juiste figuren, patronen en dynamiek. Maar zeker ook een zoektocht naar de balans in materiaal gebruik, verf, kleur en techniek.

Het schilderij moet ademen, het schilderij moet gaan leven. De worsteling en inspanning van de kunstenaar moet de toeschouwer kunnen zien. Dan pas is het werk voor mij goed genoeg. De gelaagdheid, aanpassingen, krassen, frustratie en kwaststreken. Die moeten zichtbaar zijn. Het proces hoe het schilderij tot stand komt, moet de toeschouwer vangen.

Het gevoel vertelt mij wanneer het schilderij af is, wanneer de puzzel voor mij klopt. Dan komt er wederom een euforisch gevoel, deze duurt vaak 10 uur. Want na deze 10 uur is de strijd gestreden en groeit het verlangen naar een volgend werk.

Ik werk niet vanuit een thema of uit begrippen. Ook gebruik ik geen voorbeelden voor mijn abstracte schilderijen. Gaandeweg merk je dat het menselijk brein toch zoekt naar referentie kaders. “Het lijkt op, het is net of…”.  Voor mij zijn het geometrische figuren die symfonisch aan een zijn geschakeld zodat mijn stuk muziek klopt. Als de toeschouwer er telkens iets anders in kan horen, ben ik tevreden.